Inspiratie

18 maart 2021

‘Ook een rechter is een mens van vlees en bloed’

In het hoofd van Frank Wieland, sinds 2019 oud-rechter, zit een antenne die verbinding zoekt. Ook in de rechtszaal staat die altijd aan. ‘Contact is essentieel.’

Op de dag dat rechter Frank Wieland 70 wordt en (verplicht) met pensioen gaat, is het tien dagen na zijn meest besproken vonnis ooit. Op 4 juli 2019 leest hij het oordeel over Willem Holleeder voor: levenslang. Het Holleederproces heeft het land maandenlang in de ban gehouden. Het is een zaak met een dossier van meer dan 500.000 kantjes en meer dan 60 zittingsdagen. De rechter en de veroordeelde worden vaak in één adem genoemd. Een paar keer zeg ik bijna Frank Holleeder. Wieland schiet ervan in de lach. ‘In mijn hoofd bén ik ook een beetje Willem Holleeder’, zegt hij. ‘Het verschil tussen hem en mij is ook weer niet zo groot. We zijn bijna generatiegenoten. Het had net zo goed andersom kunnen zijn, zei ik in de rechtbank wel eens tegen hem. Hij op mijn plek en ik op de zijne. Ik heb gewoon wat meer geluk gehad en hij wat meer pech, hoewel hij miljonair is geweest en ik niet! Of je het slechte pad opgaat of niet, heeft alles te maken met wat je tegenkomt onderweg in je leven. Ik ben heel beschermd opgevoed. We hadden geld genoeg, ik had vier broers en twee ouders. Willems vader was alcoholist. Hij heeft zich uit de armoede gevochten en is nooit opgehouden met vechten. Boeddhisten zeggen: ‘Alles heeft invloed, zoals een steen in een beek steeds ronder wordt door het water, worden ook mensen beïnvloed’. We maken onszelf niet. Ik geloof daarom niet in keuzes. Met een vriend die ook boeddhist is heb ik daar wel eens discussies over. Hij zegt dan bijvoorbeeld: Je ziet die deur daar. Die kan ik opendoen maar ook dichtlaten. Nee. Elke keer dat je denkt dat je een keuze maakt ligt die keuze er eigenlijk al. We zijn geprogrammeerd door onze genen, opvoeding en omstandigheden.’

Spannende gedachten
‘Het is grappig wat er allemaal gebeurt als je de rechtszaal binnenstapt. Je komtde za al binnen met dat hele dossier in je hoofd, en dan ontmoet je de verdachte. Ook de anderen komen met een vol hoofd binnen. De verdachte komt uit de cel en wordt een beetje overdonderd. De advocaat wil het beste voor zijn cliënt. De Officier van Justitie wil straf. Je zou voor aanvang eigenlijk eerst een paar minuten stil moeten  zijn. Even wachten met de aftrap zou goed zijn. Dat begint toch anders. Daarna kun je rustig een gesprek beginnen. Daar is het mij om te doen: contact is essentieel. Vanaf het eerste moment weet ik meestal of er bereidheid is bij de verdachte. Soms stuit je op een muur van verzet. Veel vaker willen mensen contact. Je krijgt terug wat je geeft. Als het goed gaat voelt het alsof ik samen met de verdachte in een bubbel zit. Dan lukt het mij me in de ander te verplaatsen en te ontdekken wat de achtergronden van zijn daden zijn. Dat zijn de goede zittingen!’

Zwaktebod
‘Het klopt dat straffen daar éigenlijk niet bij past. Voor mij hoeft dat ook niet. Een celstraf helpt niet. Gedetineerden komen na een lange straf nogal eens verminkt of wraakzuchtig terug, met het gevoel dat ze afgeschreven zijn. Straf is een zwaktebod. We doen het omdat we geen andere instrumenten hebben. Wie een strafbaar feit pleegt, heeft ergens gebrek aan. Kennis bijvoorbeeld. Daar zou je dus iets aan moeten doen. We zouden moeten kijken waarop de vergissing gebaseerd is en wat we kunnen doen om deze handicap te verhelpen.’ ‘Toen ik rechten studeerde in Utrecht, leerden we op een manier naar misdaad en straf te kijken die ‘het sociologische gezinsmodel’ wordt genoemd. In deze gedachtegang is de samenleving het huis. Een huis waar regels zijn, en waar je als een van de bewoners die overtreedt, samen gaat kijken wat je eraan kunt doen. Je kijkt waar de fout vandaan komt. Was iemand boos, jaloers, of had hij geen cent te makken? Daar moet je je vinger achter krijgen. Dán kun je herhaling voorkomen. Eigenlijk kijk ik er nog steeds zo tegenaan. Er wordt gezegd dat het niet kan. Ons systeem zou nu te groot zijn, de samenleving is geen gezin meer. Maar dat is maar ten dele waar. Ik zal het altijd verdedigen. Het is geweldig als je mensen uit de criminaliteit kunt trekken.’ ‘Als rechter kun je niet heel veel doen, dat is helaas zo. We hebben de wet, waaraan we nu eenmaal gebonden zijn. Met sommige verdachten zou ik graag nog eens hebben gepraat na de zitting. Dat gaat niet. Maar je kunt wel íets. Waar mogelijk zal ik mensen tegemoet komen. Als je tijdens een zitting hoort dat iemand zijn huis zal kwijtraken door een te lange gevangenisstraf, kun je zoeken naar alternatieven. Nederland dreigt nu de taakstraf af te schaffen voor geweld tegen politie, ambulances etc. Ik begrijp de redenering. Maar het beperkt een rechter in zijn mogelijkheden. Een heel verkeerd idee.’

Levenslang
Als je zo tegen straf aankijkt als Frank Wieland, is het een ramp om iemand levenslang te geven. Zeker in Nederland, het enige land in de Europese Unie waar een levenslange gevangenisstraf ook daadwerkelijk levenslang betekent. Toch deed hij dat drie keer. ‘De eerste keer was op Curaçao. Daar spreek je recht in je eentje. Het was een jongen die drie mensen had vermoord. ‘Wat moet je nog meer doen om levenslang te krijgen?’, dacht ik. Dus ik veroordeelde hem. Deze jongen ging stuk toen ik het uitsprak. Ik had er meteen spijt van. Later heeft het Hof er gelukkig 30 jaar van gemaakt.’ Met Willem Holleeder was het anders. Of ik hier spijt van had? Holleeder heeft een eerlijk proces gehad en heeft zijn verhaal kunnen doen. Nu is hij in hoger beroep en misschien wordt het anders. Dat is ook prima. Ik ben overigens wel blij dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft bepaald dat levenslange opsluiting onmenselijk is. Na 25 jaar moet er een toetsing komen en kan gratie volgen. Verder stopt het leven niet als je de gevangenis ingaat. Je kunt je blijven ontwikkelen. Wat ik net zei over het boeddhisme: het leven is een stroom. Ik ben een steen in de stroom van Willem Holleeder. Hij heeft het ermee te doen. Die steen is zijn karma.’ Voor Willem Holleeder voelt de steen misschien als een rotsblok dat ongeveer de hele stroom afsluit. Relativeert de boeddhist in Wieland nu niet te veel? ‘Nu begint het gesprek vervelend te worden’, lacht hij. ‘Maar nee. Het is waar natuurlijk. Het is een groot ding. Maar het is niet het einde. Ik hoop dat Holleeder dat gaat inzien. Wie weet kan hij een studie gaan doen, of leren mediteren! Ik heb gezien dat mediteren iedereen kan helpen. Het boeddhisme leert je te stoppen met het regisseren van je leven.’

Contact
‘Ik zit nu vaak thuis’, zegt Wieland even later, als we het hebben over hoe hij zijn tijd doorbrengt nu hij met pensioen is. ‘Maar de lockdown ervaar ik niet als belemmerend. Alles is relatief. Vorig jaar was ik vijf maanden geveld door corona, tot een ziekenhuisopname aan toe. Nu ben ik alleen nog wat kortademig en ben ik heel blij dat ik mijn dagelijkse wandelingetje in het natuurgebied hier vlakbij kan maken. Misschien komt het er ook eindelijk van het boek waar ik al een tijdje mee bezig ben af te maken. Het gaat over de keuzes die je maakt als rechter. En over wat rechters zijn: gewoon mensen van vlees en bloed net als iedereen.’ ‘Rechter zijn paste bij mij. Ik denk dat ik het zo weer zou worden als ik opnieuw moest kiezen – zeker de rechter die ik op het laatst was: invoelender, begrijpend, milder. Voor ik rechter werd was ik 7 jaar advocaat. Dan moet je altijd op hetzelfde aambeeld slaan, altijd alleen het belang van je cliënt dienen. Als rechter kun je een afgewogen oordeel geven. Dat vond ik bevredigend. Ook het contact dat ik had met verdachten was fijn. Het contact zet vaak alles op zijn kop. Na het lezen van een dossier heb je altijd een oordeel. Maar heel vaak kantelt dat in de rechtszaal. Dossiers zijn zwart-wit, een mens is dat niet. Kom naar de rechtbank, raad ik daarom iedere verdachte aan. Denk vooraf na over hoe je in de situatie terecht gekomen bent. Vertel hoe het is gegaan en kom met een verklaring. Elke rechter weet: wie nadenkt is begonnen met verbeteren.’ Zijn inlevende houding leverde Frank Wieland veel bekendheid op. Mensen herkennen hem op straat. Ook mensen die jarenlang geleden door hem zijn veroordeeld. ‘U heeft mij veroordeeld’, zeggen ze dan. Toch begin ik ik altijd een gesprek. Ik vraag simpele dingen: hoe is het nou? Het werkt eigenlijk altijd. Tot nog toe he. Ik heb nog nooit iemand ontmoet die me op zo’n moment een mes tussen de ribben wilde steken.’ Gelukkig maar.

TEKST: Marjolein van Rotterdam FOTO: Laura Cnossen

 

deel     deel

Spring naar toolbar