Geestelijke verzorger

20 februari 2020

Mensen helpen mens te blijven

Mijn persoonlijke motto voor mijn werk als geestelijk verzorger is altijd geweest: ‘Mensen helpen mens te blijven’. Ik vind dat nog steeds de beste omschrijving van ons werk. Dit is waar we het voor doen. Dat mensen even iets van hun boevenziel bloot kunnen geven. Veilig. Daar worden we allemaal meer mens van.

Mens worden is al helemaal niet zo eenvoudig, maar zie dan ook nog maar eens mens te blijven. Een mens bestaat uit een geest, een hart en een ziel. Daar moeten we elkaar aan blijven herinneren en bij helpen. We helpen daarmee niet alleen de gedetineerden, maar ook onszelf. Wij hebben de taak op ons genomen, mensen te laten ervaren dat ze niet worden vergeten. Dat er aan ze gedacht wordt en dat ze, ondanks wat ze hebben uitgespookt, mens zijn met een hart en een ziel. Soms weten ze dat zelf niet eens, en moeten ze eraan worden herinnerd. En ieder van ons zal dat op zijn of haar eigen manier doen.

De boevenziel zit vast niet zo heel veel anders in elkaar dan die van de andere mensen, maar misschien zit hij (of is de ziel een zij?) wel wat meer verstopt. Hoewel… in de gevangenis worden mensen vaak heel vroom, maar zodra ze weer buiten staan is dat weer snel over. Een gedetineerde die een groot deel van zijn leven in diverse gevangenissen doorbracht, vertelde dat hij eigenlijk wel graag vast zat, want in de gevangenis was hij altijd een veel beter mens dan daarbuiten. Tijdens detentie gaat hij naar de kerkdiensten, leest de bijbel, bidt en steunt medegevangenen. Daar kan hij iets betekenen. Maar buiten is het al gauw weer mis, daar wachten de handeltjes en wandeltjes. Hij zou binnenkort vrijkomen en zag er nu al tegenop. De gevangenis als zielenhoeder, je leert op je reizen toch iedere keer weer wat.

Frans Andriessen leerde ons dat we een verhaal altijd moeten ontvangen zoals het verteld wordt. Als iemand zich uit in superlatieven, ontvang je het verhaal in superlatieven. Uit iemand zich met ironie, dan ontvang je het verhaal met ironie. Hij zei ook: “je ziel is dat vertrek in je binnenkamer waar je verlangen woont. Zielen hoeden is de kunst, het levensverlangen gaande te houden”. Zo ontmoette ik eens iemand die ironisch vertelde dat hij vast zat omdat hij “nogal dol was op alcohol en andere versnaperingen”. Maar ook dat hij graag zou willen rondtrekken met een camper, voor grote groepen mensen zou willen koken en dan ’s avonds bij het vuur liederen zou willen zingen bij de gitaar. Dat hij in de gevangenis ook kookte en gitaar speelde in de kerkdiensten en dan maar fantaseerde dat hij in een camper zat. Goed voor de boevenziel, vond hij. Bij de volgende ontmoeting vroeg ik hem dus, ook met wat lichte ironie: “Hoe staat het met je boevenziel?”

Toen was opeens de ironie weg. “Eigenlijk heb ik geen echte boevenziel. Toen ik destijds ontdekte dat ik homo was, was dat een groot feest. Maar toen werd plotseling iedereen doodziek en ging dood. Ik heb zoveel mooie mensen verloren, iedere keer weer stonden we met zijn allen op het kerkhof. En toen kreeg ik ook de diagnose. Ik ben toen enorm gaan feesten, gaf heel veel geld uit en trok me nergens meer wat van aan, want ik zou toch doodgaan. Maar dat gebeurde niet. Ik leef nog steeds, maar nu heb ik schulden en ben ik verslaafd. In de gevangenis red ik me beter dan daarbuiten, zolang ik mijn medicijnen maar op tijd krijg.” En toen, weer ironisch: “ik zal ervoor zorgen dat ik niet al te lang buiten rondloop. De mensen buiten hoeven niet bang te zijn voor mannen zoals ik.” We hebben dit gesprek afgesloten met een gebed. Voor alle mooie mensen die dood zijn gegaan. En voor alle mensen die niet weten hoe ze buiten moeten leven. Dit is waar we het voor doen. Dat mensen even iets van hun boevenziel bloot kunnen geven. In Gods Licht.

Aline is geestelijk verzorger voor Epafras in Scandinavië.

Deze column is een aangepaste versie van haar toespraak tijdens de viering van het 35-jarig bestaan van Epafras op 13 december 2019.

deel     deel

Spring naar toolbar